Cursusniveaus Spaans

Hier krijgt u een overzicht wat uw niveau is aan het einde van elk cursusblok. Het instapniveau is cursusblok A1.1. Door alle blokken te doorlopen komt u op steeds op een hoger niveau en kunt u zich steeds beter verstaanbaar maken in Spaanstalige regio’s.

A1.1 (beginners 1)

U kunt vertellen wie u bent, waar u vandaan komt, wat uw beroep is en waar u werkt.
U kunt personen en zaken omschrijven en uitleg geven en vragen over dingen en zaken.
Mensen aanspreken in een bar, restaurant of op straat.
De weg vragen en (hopelijk niet nodig) vragen waar u een tandarts kunt vinden; ook in het weekend!
U kunt complimentjes uitdelen: ¡Llevas una camisa muy bonita!
U heeft na blok 1 circa 300 Spaanse woorden tot uw beschikking en u heeft enkele heel belangrijke grammaticale hobbels genomen, namelijk:
Ser/estar/hay: de betekenis/ de verschillen in het gebruik ervan De werkwoorden die eindigen op –ar –er – ir

A1.2 (beginners 2)

U kunt tellen en klok kijken.
U heeft kennis gemaakt met belangrijke en broodnodige onregelmatige werkwoorden en deze door oefenen in de les ook leren gebruiken. Het zijn er maar een stuk of 15; u moet er even doorheen.
U heeft de toekomstige tijd leren gebruiken en kunt nu vertellen wat uw plannen zijn voor morgen, volgende week, jaar enz. U kunt vertellen wat u zou willen.
U kunt aanwijzende voornaamwoorden gebruiken: deze, die en dat.
U kunt bezittelijke voornaamwoorden gebruiken: mijn, jouw, zijn haar enz.
U kunt op uw gemak winkelen en uw vragen stellen.
U kunt complimentjes uitdelen: ¡Que bonitos ojos tienes!
Ondertussen hebt u een flinke woordenschat opgebouwd. U heeft na blok 2 circa 500 Spaanse woorden tot uw beschikking en u heeft belangrijke grammaticale hobbels genomen, namelijk:
Onregelmatige werkwoorden: Hacer, salir, ir, saber, venir, tener, poder, querer. Het veranderen van de stamklinker zoals in concert naar concierto. Wederkerende en wederkerige werkwoorden en voornaamwoorden: Ik was me, wij begrijpen elkaar. De trappen van vergelijking: stellende, vergrotende en overtreffende trap: goed, beter, best.
Veel minder moeilijk dan het lijkt en alles op een functionele en direct toepasbare manier gepresenteerd. Ondertussen hebt u tijdens 12 wekelijkse lessen ruim 6 uren effectief Spaans spreken geoefend.

A1.3 (beginners 3)

U kunt uw instemming of ongenoegen tot uitdrukking brengen en zeggen wat u ergens van vindt. U kunt uw wensen kenbaar maken en zeggen wat u graag zou willen.
U kunt nu ook vertellen wat er in het nabije verleden is gebeurd; dat u lekker geslapen heeft en lekker ontbeten.
U kunt vertellen waar u mee bezig bent; bijvoorbeeld dat u ligt te slapen of een studie Spaans aan het volgen bent.
U kunt complimentjes uitdelen: Het heeft prima gesmaakt!
Ondertussen hebt u een schat van circa 1000 woorden opgebouwd en u hebt aan het einde van deze cursus in totaal effectief 18 x 30 minuten = 9 hele uren Spaans spreken geoefend. En als u ook uw huiswerkoefeningen gewetensvol gemaakt en gedaan heeft, dan heeft u ervaren dat “uit het hoofd leren” best wel meevalt. Het huiswerk en de oefeningen zijn namelijk gericht op het in de praktijk brengen van de werkwoordsvormen. Huiswerk maken ontlast u van het uit het hoofd leren; weliswaar niet helemaal maar het helpt. Het geeft bovendien veel voldoening.
Na het volgen van blok 1 t/m 3 kunt u op verstaanbare wijze communiceren en uw concrete gedachten kenbaar maken.

A2.1 (gevorderd 1)

De eerste 2 lessen van blok 4 zijn sterk gericht op herhaling en uitdieping van de blokken 1, 2 en 3 en op uitbreiding van uw woordenschat.
Grammaticaal gaat u kennis maken met de voornaamwoorden die gebruikt worden als meewerkend- en lijdend voorwerp. Volstrekt onmisbaar in de spreektaal! Mark Rutte.: Ik heb hem vanmorgen gezien en heb hem een hand gegeven. Trijntje Oosterhuis: Wij hebben haar al een tijdje niet meer gehoord.
U heeft o.a. kennis gemaakt met de voorzetsels por en para. Gracias por la flores – Las flores son para ti – Voy para Barcelona.
U heeft kennis gemaakt met de lijdende vorm; niet echt belangrijk maar u moet van het bestaan weten.
U heeft een aantal betrekkelijke voornaamwoorden geleerd: De wijk waarin ik woon ligt dicht bij het centrum. Het meisje dat/ de dame die naast jou staat is mijn zus.
U heeft summier kennis gemaakt met de gebiedende wijs.
U heeft kennis gemaakt met de vormen van de o.t.t.t. en de o.v.t.t.

A2.2 (gevorderd 2)

Blok 5 is volledig gericht op de vormen en op het gebruik van de “voorbije” tijden.
U heeft kennis gemaakt met de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.).u kunt nu achtergronden beschrijven en vertellen hoe iets was: Mijn opa had grijs haar en kon niet autorijden.
U kunt vertellen wat er in het naaste en verre verleden is gebeurd. Ik heb lekker geslapen en heerlijk gegeten. Jos B. is gisteren opgepakt en Marcel Kr. is uit het leger gezet.
U heeft uw kennis uitgebreid met onregelmatige werkwoorden en de vormen daarvan in de voltooid verleden tijd: pretérito indefinido.
Met behulp van een woordenboek is het lezen van het dagelijkse nieuws in de krant geen al te groot probleem meer.

A2.3 (gevorderd 3)

Als u blok 6 of liever blok 1 t/m 6 heeft afgerond dan heeft u praktisch alle belangrijke grammaticale items gehad. Binnen het Europees Referentiekader zit u ruim op niveau A2/B1 en kunt goed communiceren over tal van meer of minder complexe onderwerpen. 
Blok 6 is volledig gericht op de vormen en op het gebruik van de aanvoegende wijs. Voor Nederlanders minder gemakkelijk maar in het Spaans absoluut onmisbaar.
U heeft naast hoofdzinnen ook gebruik leren maken van bijzinnen.
U heeft leren zeggen wat u denkt, wat u wilt en wat u ervan vindt.

B1, B2, C1 en C2 (ver-gevorderd)

In de vervolgcursussen B1 t/m C2 gaat u zich verder bekwamen en de verkregen grammaticale kennis breed toepassen en uitdiepen; net zolang tot u moeiteloos gaat communiceren als een native speaker of net zolang tot u examenrijp bent. De exameneisen evenals proefexamens vindt u op de site van het Instituto de Cervantes. Dat heeft allemaal zijn tijd en energie nodig. Maar in eerder genoemde zes blokken heeft u de noodzakelijke basis gelegd.